Wat is Verbindend Communiceren?

Verbindend Communiceren is gebaseerd op Nonviolent Communication (NVC), ontwikkeld door psycholoog Marshall Rosenberg. In Nederland wordt het ook vaak Geweldloze Communicatie genoemd.

Video: wat is verbindend communiceren of geweldloze communicatie?

▶ Bekijk de video: wat is Verbindend Communiceren?

Verbindend Communiceren is als het leren van een nieuwe taal. Met grammaticale beginselen en een woordenschat.

De kern is eenvoudig: hoe zorg je goed voor wat voor jou belangrijk is, terwijl je tegelijkertijd oog houdt voor wat belangrijk is voor de ander?

De grammaticale beginselen

Verbindend Communiceren rust op een aantal uitgangspunten. We lichten er hier een paar uit.

Gelijkwaardigheid als kernwaarde

Verbindend Communiceren gaat ervan uit dat wat voor jou belangrijk is evenveel waarde heeft als wat voor de ander belangrijk is.

Je probeert te begrijpen wat er aan beide kanten speelt. Je hoeft het daarvoor niet met elkaar eens te worden en ook niet allebei je zin te krijgen.

De vraag verschuift van ‘wie heeft er gelijk?’ naar ‘wat is voor jou belangrijk, wat is voor mij belangrijk en hoe verhouden die belangen zich tot elkaar?’ Op het werk komt daar nog een perspectief bij: wat is belangrijk voor de organisatie?

Verantwoordelijkheid voor je eigen gevoelens en behoeften

Binnen Verbindend Communiceren ben je verantwoordelijk voor je eigen gevoelens, behoeften en keuzes. Toch leggen we die verantwoordelijkheid ongemerkt vaak bij de ander:

“Jij maakt mij onzeker.”

“Door jou ben ik nu boos.”

“Ik moet dit doen, anders is zij teleurgesteld.”

Wat iemand doet kan van alles bij je oproepen. Jouw gevoel vertelt iets over wat er bij jou gebeurt en wat voor jou belangrijk is.

Andersom ben je ook niet verantwoordelijk voor de gevoelens van de ander. Je bent verantwoordelijk voor hoe jij op de ander reageert.

Macht mét elkaar

Je kunt macht gebruiken om iemand iets te laten doen. Door te dreigen, te straffen, schuld op te roepen of een beloning in het vooruitzicht te stellen. Rosenberg spreekt dan over macht over de ander.

“Als je dit nog één keer doet, kun je vertrekken.”

Verbindend Communiceren zoekt naar macht mét elkaar. Je maakt duidelijk wat belangrijk is en zoekt naar een oplossing die rekening houdt met de behoeften van de betrokkenen.

Soms is ingrijpen nodig, bijvoorbeeld wanneer iemand zichzelf of een ander in gevaar brengt. Rosenberg spreekt dan over beschermend gebruik van macht: ingrijpen om te beschermen, zonder de bedoeling iemand te straffen of een lesje te leren.

Dan de woordenschat

Bij deze grammatica hoort een woordenschat. Verbindend Communiceren gebruikt daarvoor vier onderdelen:

1 · Waarneming

Wat zie je?

Wat gebeurde er daadwerkelijk, los van je oordeel of interpretatie?

2 · Gevoel

Wat voel je?

Wat gebeurt er bij jou?

3 · Behoefte

Wat heb je nodig?

Wat is voor jou belangrijk? Duidelijkheid? Vrijheid? Erkenning? Samenwerking? Vertrouwen?

4 · Verzoek

Wat vraag je?

Wat zou je concreet willen? Van de ander, of misschien van jezelf?

Model Verbindend Communiceren

verzoek
≠
eis
behoefte
≠
strategie
gevoel
≠
gedachte
waarneming
≠
interpretatie
oordelen & verwijten
Van oordelen en verwijten naar waarneming, gevoel, behoefte en verzoek: het model van Verbindend Communiceren.

Eenvoudig op papier, behoorlijk lastig in een echt gesprek.

We oordelen zonder het door te hebben, vertellen wat een ander ons laat voelen, verwarren oplossingen met behoeften en doen verzoeken waar eigenlijk maar één acceptabel antwoord op bestaat.

Het model laat zien waar het vaak misgaat: een interpretatie klinkt als een waarneming, een gedachte als een gevoel, een strategie als een behoefte en een eis als een verzoek.

Geen perfecte zinnetjes

Bij de Communicatieschool geloven we niet zo in perfecte communicatie of in zinnen die je uit je hoofd leert en op ieder gesprek kunt loslaten.

Mensen voelen het snel als je een trucje op ze toepast. Authenticiteit is belangrijk om elkaar werkelijk te kunnen horen.

De vier onderdelen helpen je vooral onderzoeken wat er eigenlijk speelt, wat voor jou belangrijk is en wat voor de ander, en of je van daaruit samen verder kunt.

Luisteren hoort ook bij de taal

Goed luisteren wordt lastig zodra iemand iets zegt waar we het niet mee eens zijn. Zeker wanneer we kritiek horen.

Terwijl de ander praat, zijn we dan al bezig met uitleggen, oplossen, geruststellen, adviseren of verdedigen.

Bij Verbindend Communiceren probeer je te horen wat er achter de woorden speelt: wat is voor deze persoon belangrijk?

Je hoeft het daarvoor niet met iemand eens te zijn. Begrijpen is iets anders dan gelijk geven.

Verbindend Communiceren op het werk

Op het werk kijken we vanuit drie perspectieven:

IK

Wat speelt er bij mij?

WIJ

Wat speelt er in ons team?

ORGANISATIE

Wat wil de organisatie?

Dat derde perspectief voorkomt dat ieder probleem een communicatieprobleem wordt.

Onze hypothese is dat het grootste deel van de conflicten op het werk uiteindelijk over structuur gaat.

Wie gaat waarover?

  • Wie heeft welke rol?
  • Wie neemt het besluit?
  • Wie wordt daarbij betrokken?
  • Hoe loopt een proces?
  • En wat verwachten we eigenlijk van elkaar?

Als dat onduidelijk is, ontstaat er makkelijk gedoe tussen mensen. Twee collega’s lijken dan een conflict met elkaar te hebben, terwijl ze allebei een andere verwachting hebben van hun rol. Of een team blijft eindeloos praten omdat nooit is afgesproken hoe een besluit wordt genomen.

Daarom kijken we bij Verbindend Communiceren op het werk ook naar rolhelderheid, proceshelderheid en besluitvorming.

Vooral dat laatste is belangrijk. Niet ieder besluit hoeft door iedereen genomen te worden. Wel helpt het als duidelijk is wie beslist, hoe het besluit tot stand komt en welke rol de betrokkenen daarin hebben.

Dat geeft een ander gesprek. Soms moet je elkaar beter begrijpen. Soms moet je samen een behoefte onderzoeken. En soms moet je gewoon duidelijker afspreken wie waarover gaat.

Een taal leer je in de praktijk

De grammatica en woordenschat geven houvast. De interessante momenten ontstaan wanneer je geraakt wordt en je automatische reactie het overneemt.

Je verpakt een oordeel als waarneming. Je verzoek blijkt toch een eis. Je probeert de teleurstelling van een ander op te lossen. Je gaat duwen, pleasen, verdedigen of trekt je terug.

Met dat soort situaties werken we in onze trainingen. Concrete momenten uit je eigen werk en leven.

Ook die maandagochtend aan de vergadertafel, als je moe bent en je collega precies dát zegt waar je normaal gesproken direct op aanslaat.